Het hol van het waterpaard
Zijn jonge jaren bracht Mark Corps door in Schotland. Binnen de zogenaamde ‘game fishing-wereld’ waarin hij opgroeide, golden bepaalde regels met betrekking tot zowel het vissen als de vissen. Werd er bijvoorbeeld bij het vissen op een rivier gevraagd of iemand al iets had gevangen, dan bedoelde de vragensteller eigenlijk of iemand al een zalm had gevangen. Er gold immers een strikte hiërarchie met betrekking tot de vis en zijn waarde. Zalm regeerde daarbij soeverein. Over bruine forel werd bijna smalend gesproken, vlagzalm speelde in de tweede divisie en snoek… die stond niet eens op de lijst!
Zelf viste ik in die tijd nooit op snoek, maar kwam er zo nu en dan een tegen. Die ik ving op kunstaas dat voor zalm was bedoeld, verzette zich niet al te hevig en bevestigde op die manier en in vergelijking met zalm zijn lage status. Mijn mening over snoek veranderde echter binnen een maand nadat ik naar Ierland was verhuisd. Tijdens een dag vissen op een meer waarin regenboogforel was uitgezet, wierp ik mijn nimf op een haakmaat 10 naar een rietkraag, waarna alles vastliep. Ik dacht meteen aan een rots, tak of aan een wortel van het riet vast te zitten, maar tot mijn stomme verbazing kwam er ineens leven in de brouwerij. Wat het ook was, het voelde zowel zwaar als groot aan. En het begon langzaam naar het midden van het meer te zwemmen, daarbij de complete vliegenlijn en 60 meter backing meenemend. Niet snel en dramatisch, maar doortastend en krachtig. Op deze warme, windstille dag op een spiegelglad meer bleek de vis zelfs in staat om de boot op sleeptouw te nemen. Na tien minuten kreeg ik het achterste gedeelte van de vliegenlijn weer terug op de reel en kon ik een glimp van de vis opvangen. Het was geen reusachtige forel zoals ik had gehoopt, maar een grote snoek.
Lange, trage runs
Ik was teleurgesteld, maar er ook van overtuigd dat mijn kansen om de vis te landen erg klein waren. Ik kende de binnenkant van een snoekenbek en daarom dacht ik dat de snoek elk moment mijn 6 pond zware leader zou doorbijten. Vooralsnog gebeurde dat niet en de vis nam twee lange, trage runs tot wel 50 meter van mij vandaan. Daarna bleef de snoek een poos hangen, waardoor ik dichterbij kon komen, maar zodra hij de boot zag kwam hij weer in actie en sleurde me door twee plantenbedden heen en vlak langs de rietkragen. De hengel in mijn handen was 10 voet lang en bedoeld voor een 6-lijn. Ik had gedacht enkel forellen van 1 tot 2 kilo te vangen. En met deze hengel was ik gewoon niet in staat om voldoende druk op de snoek uit te oefenen. Gedurende de dril bleef de vis vrijwel constant op een diepte van ongeveer 1,5 meter en het duurde 40 minuten, voordat ik een kans kreeg om hem in het net te krijgen. Maar om zo’n grote vis in een forelnet te krijgen, was een aardige uitdaging (en uiteindelijk fataal voor mijn net). Vooral ook om dat de vis gewoon weigerde om erin te gaan. En het hele proces om de snoek uiteindelijk in de boot te sjorren, was niet echt een methode die in een hengelsportboek dient te worden beschreven. Vierentwintig pond aan met regenbogen gevoede snoek lag uiteindelijk op de bodem van de boot. Ik had kennelijk enorm veel mazzel gehad, want de nimf zat precies aan de buitenkant van het uiteinde van de bek vast.
Dit artikel is zo vriendelijk geweest die door het tijdschrift De Roofvis. Lees het volledige artikel hier: Het hol van het waterpaard [.pdf, 570KB].
Je kan het magazine De Roofvis in de vele winkels, waarom niet vragen om een afschrift van vandaag?






Central Fisheries Board